Auguste Rodin Sculpturen !   Beelden van Rodin.De denker.
 
  Home
klantenservice Winkelwagen
Producten
  De Denker van Auguste Rodin.
  De Denker in Brons !
  Beelden
  Beelden in Brons !
  Vrouw
  Vrouw in Brons !
  Liefde
  Liefde in Brons !
  Handen
  Handen in Brons !
 
Extra
  Rodin's Leven 1
  Rodin's Leven 2
  Rodin's Leven 3
  Rodin's Leven 4
  Rodin's Leven 5
  Rodin's Leven 6
  Rodin's Leven 7
 
  Winkelwagen

 

Rodin's Leven 2
Het leven van Auguste Rodin (1840 -1917)-2

schilder Toulouse-Lautrec onsterfelijk werden. Bij Maxiin aanvaardden met juwelen behangen schonen, die in de volksmond heel geestig als les grandes horLontcrles bekend stonden, even gracieus de arm van een nouveau riche als van een Russische groothertog. Ook op hoger niveau vonden het nieuwe en originele bijval. In de intellectuele salons van de Faubourg Saint-Germain werd het rauwe realisme van Emile Zola's romans evenzeer bewonderd, als Anabole Franjes beschaafde roman over het klassieke Alexandrië, Thais. Het gouden tijdperk, la belle cipoque, van Parijs zou weldra aanbreken, en om als het ware het begin er van te markeren werd een merkwaardige jongeman een geziene gast in de elegante salons: een zekere Marcel Proust, een wat ver­lopen en vroegwijze dandy van nog geen twintig, die mettertijd de onovertrof­fen beschrijver van het tijdperk zou worden. Ook Rodin frequenteerde de salons: zijn ongewone artistieke opvattingen en zijn boeiende karakter bezorgden hem natuurlijk invitaties. Maar hij was een uitzonderlijke persoonlijkheid, een man die anderen niet alleen fascineerde, maar ook razend kon maken. Hij was weliswaar aan de ene kant een genie, die de beeldhouwkunst nieuwe impulsen gaf, de grootste kunstenaar sinds Michel­angelo en Bernini, een virtuoos die tekeer ging om klei tot leven te brengen. Maar aan de andere kant bezat hij de aardsheid, koppigheid en gevoelloosheid van een boer.

Hij kon uitgesproken lomp, ja zelfs grof zijn. Hoewel hij en Monet twee dagen na elkaar geboren waren, met elkaar bevriend waren, samen exposeerden, en hij Monet dikwijls in zijn zomerhuis in Civerny opzocht, barstte hij eens uit: `Ik geef geen steek om Monet, ik geef helemaal geen steek om wie dan ook! Ik ben alleen in mezelf geïnteresseerd.' Zowel zijn verguizers als zijn bewonde­raars merkten de tegenstrijdige trekken in Rodins karakter op, en men kan nauwelijks een beschrijving van hem door een tijdgenoot vinden, die niet, of ze nu gunstig of ongunstig is, een voorbehoud maakt: `Hij is een monster, maar hij is ook...' `Hij is een opmerkelijk beeldhouwer, maar daarnaast...' Op sommige punten waren alle waarnemers het eens. Hij was een uitzonderlijk vitaal man, die voortdurend geabsorbeerd werd door het menselijk lichaam - speciaal dat van vrouwen. Het was heel gewoon om in zijn atelier een uitge­breid gezelschap van naakte mensen aan te treffen. In tegenstelling tot andere beeldhouwers die een model op een voetstuk plaatsten en een bepaalde houding aan lieten nemen, gaf Rodin er de voorkeur aan een groot aantal naakten vrijelijk te laten rondlopen of liggen, terwijl hij snel de ene schets na de andere maakte, zodra een vloeiende beweging van één van hen hem trof. Iemand die hem dikwijls bezocht, schreef: `Hij proeft in stilte de schoonheid van het leven dat door hen heenspeelt, hij bewondert de lenigheid van deze jonge vrouw hier, die zich bukt om een beitel op te rapen, de fijne gratie van die daar, die haar armen opheft om haar gouden haar boven haar hoofd samen te binden, en de nerveuze kracht van een man die door de kamer loopt. En wanneer één van hen een beweging maakt die hem bevalt, vraagt hij onmiddellijk die hou­ding vast te houden. Snel grijpt hij dan klei en een klein figuurtje begint te ontstaan.'

Rodin werkte dicht - zeer dicht - op zijn vrouwelijke modellen. Op een dag zag een atelierassistent dat hij zich over een model dat hem bijzonder had behaagd, heenboog, en haar teder een zoen gaf - op haar buik. Volgens de assistent was dit `een vererend huldeblijk aan de natuur voor de talloze gunsten die hij van haar had ontvangen' (van de natuur wel te verstaan). Dit overvloedig aantal bewegende naakte modellen had een duidelijk doel. Sinds de atletenwedstrijden in de Griekse en Romeinse oudheid hadden de kunstenaars geen gelegenheid meer gehad ontklede menselijke lichamen te be­studeren, die in voortdurende beweging waren - en Rodin was vooral geïnteresseerd in het uitdrukken van beweging. Toch waren er mensen die hem niet zagen als een beeldhouwer die opnieuw het schouwspel van een lichaam in actie probeerde vast te leggen, maar als een geile levensgenieter. Eén van hen was de dichter Paul Claudel, die persoonlijke redenen had om Rodin niet te mogen. (De man had, zoals Claudel niet ten onrechte beweerde, het leven van zijn zuster Camille te gronde gericht). Claudel schreef dat Rodin `de grote, uitpuilende ogen van een wellusteling' had. `Wanneer hij werkte, hield hij zijn neus bovenop het model en op de klei. Zei ik zijn neus? Eerder de snuit van een beer met een paar loerende ijsblauwe ogen.' Er bestond nooit enige twijfel over de erotiek in het werk van Rodin. Soms was deze mild, en geheel volgens de algemeen aanvaarde Franse traditie. De kus van Rodin met de elkaar omhelzende naakte geliefden was niet vrijmoediger dan de vrijende paartjes, die door achttiende-eeuwse rococo-schilders als Francois Boucher en Jean-Honoré Fragonard waren afgebeeld, en het werd dan ook in 1888 door de Franse staat aangekocht. De kus was echter liefelijk in vergelijking met enkele andere van Rodins uitbeeldingen van amoureuze bezigheden - die tijdens zijn leven niet door de staat werden aangekocht - zoals De di' vice en Eeuwig voorjaar, waarin de liefdesdaad weldra schijnt te zullen gebeuren, en De neclerdaling, waarin deze reeds plaats vindt.

Wellusteling, halfgod, het boze oog, profeet, tovenaar in klei of brons - dit alles was of werd Rodin in de ogen van de mensen. Ontegenzeggelijk een warmbloedig man, één en al intensiteit. Iemand die deze intensiteit aan den lijve ondervond was Isadora Dunken, een jonge Amerikaanse danseres die dweepte met nieuwe dansvormen, en tot Robins atelier doordrong om de meester van de nieuwe kunstvormen te begroeten. De ontmoeting had plaats in 1900, toen Rodin reeds zestig jaar was, maar nog even energiek en onweerstaanbaar als ooit te voren. Isadora beschreef de ontmoeting op haar eigen vrijmoedige manier: `Hij toonde zijn werk met de eenvoud van de zeer groten. Soms mompelde hij de namen voor zijn beelden. Hij liet zijn vingers over hen heen glijden en streelde ze. Tenslotte nam hij een klein stukje klei en drukte het tussen zijn handpalmen. Hij ademde snel terwijl hij het deed. De hitte straalde van hem af als van een brandende oven. In enkele ogenblikken had hij een vrouwenborst gevormd, die ademde tussen zijn vingers.'

Daarna namen ze een taxi en gingen naar haar atelier, waar zij zich verkleedde in haar Griekse tuniek en voor hem danste. Toen zij ophield `om hem mijn theorieën over een nieuwe dansvorm uit te leggen, merkte ze dat hij helemaal niet luisterde. `Hij staarde naar me met half toegeknepen, vlammende ogen, en toen, met eenzelfde uitdrukking op zijn gezicht als hij bij zijn beelden had, kwam hij op me af. Hij liet zijn handen over mijn hals en borst gaan, streelde mijn armen, en ging met zijn handen over mijn heupen, mijn naakte benen en voeten. Hij begon mijn hele lichaam te kneden alsof het klei was, terwijl er een hitte van hem uitging die mij verzengde en deed smelten. Ik verlangde mij met mijn gehele wezen aan hem te geven, en ik zou het zeker gedaan hebben als

Geld verdienen ?