Auguste Rodin Sculpturen !   Beelden van Rodin.De denker.
 
  Home
klantenservice Winkelwagen
Producten
  De Denker van Auguste Rodin.
  De Denker in Brons !
  Beelden
  Beelden in Brons !
  Vrouw
  Vrouw in Brons !
  Liefde
  Liefde in Brons !
  Handen
  Handen in Brons !
 
Extra
  Rodin's Leven 1
  Rodin's Leven 2
  Rodin's Leven 3
  Rodin's Leven 4
  Rodin's Leven 5
  Rodin's Leven 6
  Rodin's Leven 7
 
  Winkelwagen

 

Rodin's Leven 1
Het leven van Auguste Rodin (1840 -1917)-1

Het voorjaar van 1889 was een opwindende tijd voor Parijs. In april ontsnapte de stad nog juist aan een staatsgreep, toen generaal Boulanger, `de man op het paard', die eerst had gedreigd met behulp van koningsgezinde troepen de Derde Republiek omver te werpen, plotseling de wijk nam naar Belgie om zich bij zijn maîtresse te voegen. Vijf weken later kondigden kanonschoten de hon­derdste verjaardag aan van de grote revolutie van 1789 en de opening van een speciaal voor deze gelegenheid ingerichte wereldtentoonstelling.

Het expositieterrein op de Champ-de-Mars was vol schitterende en indruk­wekkende paviljoens. Men kon zijn ogen uitkijken bij de wonderen der techniek in de oneindig lange Galerie des Machines, men kon de nieuwe, duizelingwek­kende, door Alexandre Gustave Eiffel ontworpen toren beklimmen, lonken naar de exotische dansers in de 'Straat van Cairo', of de paviljoens bezichtigen, waar de rijkdommen van de Franse koloniën in Afrika en Azië en de nieuwste kunst uit Parijs zelf waren tentoongesteld.

Het topstuk van al deze heerlijkheden was de verlichte en met vlaggen ver­sierde, driehonderd meter hoge Eiffeltoren, het hoogste bouwsel dat ooit door mensenhand was opgericht. Vanuit het verre Amerika schaarde Thomas A. Edison zich onder zijn bewonderaars, door God openlijk te danken voor 'een dergelijke geweldige constructie', maar er waren ook mensen die het afkeurend een monster, en bovendien nog gevaarlijk noemden. De intellectuelen vonden de toren afschuwelijk en de huiseigenaren rond de Champ-de-Mars hadden een geding aangespannen om de bouw stop te zetten, omdat ze bang waren dat het gevaarte bovenop hen zou vallen.

Aan de voet van de toren stond in de zaal van de beeldhouwkunst een beeld dat op zijn eigen wijze even sensationeel en controversieel was. Het was een levensgrote gipsfiguur van een oude man in een gerafeld kleed, het brood­magere lichaam gebogen door lijden, het gezicht ingevallen en geplooid, de handen overdreven groot. Het hele week, met zijn ruwe vlakken, ribbels, bob­bels en gaten, maakte een rauwe, onevenwichtige, onvoltooide en onsamen­hangende indruk. Veel toeschouwers vonden het volkomen verbijsterend. Het was gebruikelijk dat een beeldhouwwerk niet alleen een herkenbaar thema behandelde - bijvoorbeeld patriottisch, allegorisch, lyrisch of alle drie tezamen - maar dat bovendien de verhoudingen juist, de compositie uitgebalanceerd en het oppervlak gepolijst was.

Nu was het beeld weliswaar gebaseerd op een patriottisch onderwerp, zoals het bordje Figuur van een man voor de groep De burgers van Calais aanduidde. , Deze naam verwees naar een gebeurtenis tijdens de Honderdjarige oorlog met Engeland, toen zes vooraanstaande burgers van het belegerde Calais aan de Engelse overwinnaars hun leven aanboden in de hoop daarmee de verwoesting van de stad te voorkomen. Maar in plaats van dat de burger in een edele, klas­sieke houding was uitgebeeld, scheen hij door angst bevangen. Bovendien was het alsof de beeldhouwer de klei eenvoudig bij handenvol tegen het beeld had aangeworpen zonder de moeite te nemen het verder af te werken of te polijsten. Voor Parijzenaars die met de nieuwste kunstontwikkelingen in de stad op de hoogte waren, waren deze vernieuwingen niet zo verbazingwekkend. De maker van de Burger was de achtenveertigjarige Auguste Rodin, die juist naam begon te maken als een verontrustend gedurfd en origineel kunstenaar. Pas enkele maanden geleden had een toonaangevende galerie deze betrekkelijk onbekende beeldhouwer ontdekt, en een tentoonstelling ingericht van zesendertig van zijn werken samen met zeventig schilderijen van de impressionist Claude Monet en deze aangekondigd als een expositie van het werk van twee kunstenaars die het meest niet de `nieuwste stromingen' werden geïdentificeerd. Niemand minder dan de vooraanstaande criticus Octave Mirbeau had de tentoonstelling een enorm succes genoemd, en de beide `bewonderenswaardige' kunstenaars grote lof toegezwaaid.

`Zij beiden,' schreef hij in de Echo de Paris, `belichamen in onze eeuw het schit­terendst en het volledigst de beide kunsten, schilderkunst en beeldhouwkunst.' Na een dergelijke bijval viel het Rodin niet moeilijk een vooraanstaande plaats op de wereldtentoonstelling te veroveren, en zat er voor degenen die zijn werk als ruw en lelijk hadden afgedaan niets anders op dan dit werk nog eens aan een tweede, nauwkeuriger onderzoek te onderwerpen. Maar zelfs als hun oordeel ongewijzigd bleef, konden ze één conclusie niet weerleggen: al wat uit Rodins handen kwam straalde een overweldigende energie en een ongetemde kracht uit.

Dat Rodin deze eigenschappen zelf ook bezat was voor diegenen die hem op dit belangrijke keerpunt in zijn leven persoonlijk leerden kennen, even intrige­rend. Hoewel hij niet langer dan één meter zestig was, maakte hij de indruk het postuur van een reus te hebben.

Hij had een gespierd lichaam met brede schouders en grote handen. Door een hoog breed voorhoofd en een volle rode baard scheen zijn hoofd ongewoon groot. Hij had een vooruitstekende neus en doordringende blauwe ogen, die dikwijls half gesloten waren of die afwezig in de verte staarden. Voor veel mannen en nog meer vrouwen ging er een duidelijke dierlijke aantrekkings­kracht en een sfeer van beheerste passie van hem uit. Een bezoeker van zijn atelier vond dat hij `van de wolken lijkt af te dalen... van een bijeenkomst van onsterfelijken'. De enigszins snobistische schrijver en criticus Edmond de Gon­court sprak denigrerend over zijn `alledaagse gezichtstrekken', maar moest toe­geven dat Rodin hem trof als `een man zoals hij zich de discipelen van Christus voorstelde'.

Rodin’s persoonlijkheid en zijn werk choqueerden maar oefenden tegelijkertijd grote aantrekkingskracht uit. Men kon hem niet over het hoofd zien, en in sommige gevallen zelfs niet aan hem ontsnappen. Maar in de tijd waarin hij leefde, stond men, na decennia waarin solide burgernormen hadden geheerst, open voor het onconventionele en het gedurfde. Yvette Guilbert zong in de nieuwe Moulin Rouge op onschuldige toon haar schuine chansons, en de can­candanseressen trokken zalen vol hooggehoede houleraidiers,toneeltjes die voor de



Geld verdienen ?